Op het elfde Clingendael-symposium van de Amerikaanse Kamer van Koophandel, het Instituut Clingendael en de Amerikaanse ambassade over ontwikkelingen in de Nederlandse gezondheidszorg stond de vraag centraal of de komst van private equity in de zorg een wenselijke is. De conclusie aan het eind van de middag was dat privaat kapitaal zeker een nuttige bijdrage kan leveren aan de noodzakelijke innovaties in de zorg, mits het publieke belang voldoende gewaarborgd blijft.
Inleiding
Als inleiders schetsen Roland Zegger (voorzitter Pharmaceutical Committee AmCham) en dagvoorzitter Rien Meijerink (voorzitter Raad voor de Volksgezondheid en Zorg) het beeld van een stroperig innovatieproces in het Nederlandse zorglandschap. Geen vreugdevolle constatering, gezien de grote uitdagingen waarvoor de gezondheidszorg zich de komende jaren geplaatst ziet.
Zegger zet het voor het gemak nog maar eens helder neer. Doorgaan op dezelfde weg is geen optie. Het uit de weg gaan van echte keuzes heeft tot gevolg dat in 2025 circa 20 procent van het bruto nationaal product aan zorg zal worden besteed. Voor elke verzekerde betekent dat een jaarlijkse premieverhoging van 7 procent. Voor veel Nederlandse burgers een onaanvaardbare ontwikkeling.
Er is dus behoefte aan vernieuwende initiatieven die de zorg anders inrichten en efficiënter maken, zonder dat aan kwaliteit wordt ingeboet. Daarvoor is geld nodig. Maar als de overheid zich genoodzaakt ziet ook de gezondheidszorg aan bezuinigingen te onderwerpen, wordt de roep om andere geldbronnen luider. Privaat kapitaal, van particuliere investeerders of investeringsmaatschappijen, zou dan uitkomst kunnen bieden.
Met private equity kunnen innovaties worden gestimuleerd, niet alleen in de bestaande zorgstructuren maar ook op farmaceutisch terrein. Want het staat vast dat met nieuwe en vooral innovatieve geneesmiddelen substantiële kostenvoordelen gerealiseerd worden. Al was het maar omdat ze leiden tot kortere ziekenhuisopnames en een snellere terugkeer van patiënten in het arbeidsproces.
RVZ-voorman Meijerink kraakt in dat kader een kritische noot over het gebrek aan vernieuwing in de Nederlandse zorg. Ja, er wordt veel geëxperimenteerd, maar tegelijkertijd worden die initiatieven ook experimenteel gefinancierd. Sterk projectmatig, zonder oog te hebben voor de – zeker zo belangrijke – langdurige implementatiefase. Innovaties die in gang worden gezet, krijgen zo niet de kans te beklijven.
TNS-NIPO: Bieden private investeerders soelaas?
Henk Foekema (ondezoeksdirecteur TNS Healthcare) bijt van de gastsprekers de spits af met de presentatie van een onderzoek naar de acceptatie van privaat kapitaal in de zorg. Een steekproef onder ruim 1100 Nederlanders levert het beeld op dat men niet afwijzend staat tegenover private investeringen, vooral als het alternatief bezuinigingen zijn. 77 Procent juicht in zo’n situatie de toestroom van particulier geld toe.
Want besparen op zorg is voor Nederlanders haast vloeken in de kerk. Met onderwijs is zorg de sector waarvan burgers vinden dat bezuinigingen niet aan de orde behoren te zijn. Meer dan tweederde van de ondervraagden (70 procent) vindt zelfs dat er meer geld naar de gezondheidszorg behoort te gaan. Goede en toegankelijke zorg behoren tot de Nederlandse cultuur, zo is het algemeen gevoelen.
Over de bereidheid daaraan zelf mee te betalen zijn de meningen wel meer verdeeld. Bijna 50 procent zegt bereid te zijn meer te betalen voor volledige toegang tot de nieuwste en duurste behandelingen; een even grote groep is het daar niet mee eens.
De komst van particuliere kapitaalverstrekkers als financiers van nieuwe medische ontwikkelingen kan bij de meeste Nederlanders op begrip rekenen, zeker wanneer de nakende problemen in het zorglandschap worden geschetst. Circa 40 procent staat dan (zeer) positief tegenover privaat kapitaal, 44 procent reageert neutraal. Een kleine minderheid is (zeer) negatief over zo’n ontwikkeling.
Bij de beleving van zorg speelt de vraag of een ziekenhuis particulier of ‘normaal’ is gefinancierd maar beperkt een rol. Iets meer dan de helft van de ondervraagden zegt geen voorkeur te hebben, 41 procent gaat liever naar een ‘normaal’ ziekenhuis en 7 procent kiest welbewust voor een particulier gefinancierde zorginstelling.
Al met al overheersen de positieve verwachtingen over particuliere financiering. Een duidelijke meerderheid denkt dat een particulier gefinancierd ziekenhuis het op het gebied van klantgerichtheid, efficiëntie en kwaliteit van de zorg het even goed of zelfs beter doet dan een ‘gewoon’ ziekenhuis. Als er bedenkingen zijn dan bestaan die vooral uit de vrees dat winstbejag leidend wordt over de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van de zorg. Met andere woorden, privaat kapitaal prima, maar houdt wel een oogje in het zeil.
The Next Step
Kim Putters (hoogleraar management van instellingen in de gezondheidszorg/Erasmus Universiteit Rotterdam) belicht de materie vanuit het perspectief van een bestuurskundige. Zijn belangrijkste constatering is dat innovaties vaak stuklopen op bestaande machtsstructuren. Zorgaanbieders en verzekeraars verschansen zich in hun eigen posities op het moment dat een vernieuwing concreet hun invloed dreigt aan te tasten. Dat kan bijvoorbeeld al het geval zijn wanneer in het hele zorgproces de patiënt meer regie over zijn behandeling wordt gegeven.
In de ogen van Putters is dat laatste momenteel bij innovaties de kernvraag: ‘Wie houdt de macht? Patiënt, dokter of financier?’ En kennelijk ontbreekt er bij verzekeraars en zorgaanbieders nog de sense of urgency om bestaande machtsposities op te geven.
De hoogleraar pleit dan ook voor een next step. Goede wil en adequate taakuitoefening zijn niet voldoende om de noodzakelijke veranderingen te bewerkstelligen. Er zal meer gehandeld moeten worden vanuit een lerend en experimenterend perspectief. Het zoeken van een doel is dan belangrijker dan het vooraf vastleggen van het doel. Ook het openstaan voor nieuwe allianties, financieringsbronnen en alternatieve arrangementen over risicodeling tussen publieke, private en professionele partijen hoort daarbij.
Innoveren is een kwestie van ruimte geven en het bestuurlijke lef tonen eigenbelang ondergeschikt te maken aan het gemeenschappelijke belang, ofwel de voordelen die innovaties in brede zin de zorg in Nederland kunnen bieden. Het innovatieproces is dan ook een proces van de lange adem, dat blijvende, structurele investeringen vraagt en geen ad hoc financiering zoals momenteel vaak het geval is.
Putters juicht een grotere aandacht voor de patiënt toe. ‘Laat innovaties vooral aansluiten op de praktijk, in plaats ze van bovenaf directief op te leggen. Het gaat uiteindelijk om de vraag wat het de patiënt oplevert.’
Gezonde argwaan
Voormalig minister Ab Klink (Volksgezondheid, Welzijn & Sport) deelt de suggestie van Putters dat de patiënt een centralere rol in het zorgproces kan innemen. Een meer consumer driven healthcare is naar zijn oordeel ook de beste garantie tegen het spookbeeld dat de totale kosten van de gezondheidszorg onbeheersbaar de pan uitrijzen.
De oud-bewindsman benadrukte dat door de huidige financiële crisis bezuinigingen in de zorg onafwendbaar zijn. Alleen al dat gegeven dwingt de sector naar nieuwe oplossingen te kijken. Particulier kapitaal kan uitkomst bieden, maar Klink waarschuwt voor het binnensluipen van het denken in aandeelhouderswaarde binnen de zorg. Een te sterke gerichtheid op financieel rendement draagt het risico in zich dat kortzichtig winstbejag de belangrijkste drijfveer voor bedrijfsmatig handelen wordt.
Een dergelijke winstfixatie kan leiden tot onnodige en daardoor kostenopdrijvende volumegroei (meer omzet door binnenhalen patiënten). Klink verwijst daarbij naar ervaringen in net buitenland (o.a. Verenigde Staten) waarbij winstbejag zorgaanbieders verleidde tot onnodig gedwongen ziekenhuisopnames. De omzet van de zorginstelling was belangrijker dan het belang van de patiënt.
Door in een dergelijk krachtenveld de patiënt meer verantwoordelijk te maken voor de besteding van zijn zorgbudget breek je de machtspositie van ziekenhuizen en andere zorginstellingen, aldus Klink. Een bewuste patiënt zal zorgvuldig omspringen met zijn budget en zodoende bijdragen aan een beheersbare kostenontwikkeling van de zorg. Een grotere betrokkenheid van de patiënt verkleint bovendien de kans op massieve medische interventies, eenvoudigweg omdat zorgaanbieders een tegenkracht ondervinden.
Perspectief private investeerder
Met Mark Lenssen (Capital Care Partners) kwam de private investeerder zelf aan het woord. Hij legde de werkwijze van zijn investeringsmaatschappij uit. CCP-participaties hebben een gemiddelde looptijd van 8 jaar, met een rendementsverwachting van 15 procent per jaar. De investeringen richten zich op zorgaanbieders en toeleveranciers; biotechnologie en vastgoed blijven buiten beeld.
Lenssen spreekt de wens uit dat zorgondernemers zich meer open stellen voor partijen zoals CPC. Kennelijk bestaat er de nodige huiver, wat hij betreurt. Tegelijkertijd stipt Lenssen de rol van de politiek aan. Die zou een wat consistenter beleid kunnen voeren. Investeerders willen immers voordat zij besluiten ergens financieel in te stappen graag weten waar ze aan toe zijn.
Als investeerder ziet Lenssen mogelijkheden in een efficiëntere zorg. Door ondermeer de op diverse plaatsen aanwezige overcapaciteit tot ‘concentraties van zorg’ te bundelen. Daarnaast levert gerichter doelgroepdenken voordelen op. Bijvoorbeeld door bepaalde concepten (voeding/diëtisten) binnen zorginstellingen beter te laten aansluiten op de puur medische benadering van specialisten. De patiënt ervaart zo’n vorm van dienstverlening duidelijk als toegevoegde waarde, stelt Lenssen.
Toegankelijkheid zorg voorwaarde
Als belangenbehartiger van patiënten maakt Wilna Wind (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) zich sterk voor de toegankelijkheid van de zorg. Zolang die is gegarandeerd en in het zorgproces gezondheid en kwaliteit van leven boven winst wordt gesteld, valt er met haar goed over de instroom van privaat kapitaal te spreken.
Wind begrijpt de zorgen bij investeerders over de betrouwbare overheid. Beleid dat elke kabinetsperiode (soms grote) accentverschuivingen kent schrikt eerder af dan dat het investeerders aantrekt. De NPCF-voorzitter ziet wel wat in een publiek-privaat investeringsfonds waarmee ketenoverschrijdende innovaties worden gestimuleerd. Zo’n fonds kan bovendien als instrument dienen om risico’s zoveel mogelijk te delen.
Borging publiek belang
Marcel Canoy (chief economist ECORYS Nederland) gaat wat dieper in op de koudwatervrees als gaat het om private investeringen in de zorg. Hij gebruikt de vergelijking met gorilla’s zoals Bokito: ‘je kunt ze een tijd in toom houden, maar op een gegeven moment heb je ze niet meer in de hand en breken ze uit’.
Wat Canoy interessant vindt is de vraag of die vrees gegrond is. Hij concludeert dat de aanwezige angst het best kan worden weggenomen waneer de sector in staat blijkt de publieke belangen te borgen die in en rond de gezondheidszorg spelen. Volgens Canoy is het op dat terrein bij de verschillende liberaliseringsprocessen van de afgelopen 10-15 jaar vaak fout gegaan. De publieke belangen bleken zelden tot nooit eenduidig gedefinieerd en als gevolg daarvan moeilijk te verdedigen.
Ook in de zorg ontbreekt het aan een scherpe definiëring van het publiek belang. Voor de burger belangrijke waarden als kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg zijn niet volgens harde, meetbare criteria omschreven. Zorg je daar wel voor, dan is controle of gedane toezeggingen worden nagekomen en het uitdelen van sancties een stuk makkelijker. De kaders zijn immers duidelijk. Bovendien vormt een dergelijke borging een belangrijke vertrouwenwekkende maatregel voor potentiële investeerders.
Beloon vernieuwingen
Als slotspreekster grijpt Diana Monissen (bestuursvoorzitter De Friesland Zorgverzekeraar) terug naar enkele conclusies uit het TNS-NIPO-onderzoek. Zij wijst op de spanning tussen de Nederlander als burger en zijn gedrag als consument. ‘Mensen zeggen wel dat er meer geld naar de zorg moet, maar hebben het er vervolgens niet zelf voor over. Kijk wanneer er sprake is van premieverhoging. De reactie is dan dat het eerlijker is wanneer rokers of anderen met een ongezonde leefwijze voor die meerkosten opdraaien.’
Ook Monissen pleit voor een centralere rol van de patiënt. ‘Zijn perspectief is leidend en je dient hem dan ook intensiever bij zijn eigen genezingsproces te betrekken.’
De komst van private investeerders is in haar ogen onafwendbaar. Al was het maar omdat ziekenhuizen een te zwakke vermogenspositie hebben om kostbare innovatieprocessen zelf te financieren. Bovendien kan van privaat kapitaal een louterende – lees zakelijker – werking uitgaan.
Het belangrijkst is evenwel dat goede initiatieven worden beloond. Monissen noemt dat het creëren van een innovatief klimaat waarin vernieuwende partijen worden onderkend en verder geholpen. De Friesland Zorgverzekeraar doet dat onder andere door vanuit een eigen fonds zelf actief te participeren in innovatieve activiteiten en bedrijven.